Buitenlandse supporters

Wedstrijdverslag: De derby van Belgrado door de ogen van een Nederlander

In februari 2016 bezocht Roland de 150e derby van Belgrado. De wedstrijden tussen Partizan Belgrado en Rode Ster Belgrado zorgen altijd voor spectaculaire beelden. Roland deelde dit onderstaande verslag met ons en zal ook aanwezig zijn bij de aankomende derby van Belgrado op 4 maart, ook dan kunnen we weer een mooi verslag verwachten, maar eerst nog even genieten van het onderstaande verslag.

Eindelijk is het dan zover. Na weken van plannen is vandaag de grote dag. We zullen met acht man (voornamelijk Feyenoorders) naar het Servische Belgrado afzakken om Partizan Belgrado tegen Rode Ster Belgrado bij te wonen. Van tevoren heb ik zoveel mogelijk beeldmateriaal bekeken om een goede indruk te krijgen hoe het er daar aan toe gaat. Voor wie het niet weet: Dit is een van de meest beladen voetbalderby’s ter wereld. Letterlijk negentig minuten lang oorverdovend gezang, fakkels en negen van de tien keer een hele hoop gewonden.

Ik word ‘s morgens rond een uurtje of zeven opgehaald door mijn twee vrienden D. en F. en we zetten koers naar Eindhoven Airport. Daar aangekomen komt de rest van de groep langzaamaan binnen druppelen en aangezien het nog vroeg is, is al gauw iedereen voorzien van een bakkie pleur. De vlucht naar de hoofdstad van Servië zal ongeveer twee uurtjes in beslag nemen en ik vraag me af of we de enige Nederlanders in het vliegtuig zijn die de wedstrijden zullen bijwonen. Nadat we eenmaal in het vliegtuig zitten krijg ik daar vrij snel een antwoord op. Tussen het gepraat door hoor ik ergens een Oosters accent. Ik loop op de drie mannen (in mijn Feyenoord-trainingspak) af en vraag waar ze vandaan komen. Het trio blijkt tot de Nederlandse fanschare van Rode Ster te behoren en heeft daarnaast een seizoenkaart voor Vak-P van FC Twente. Eigenlijk heel de vlucht hebben we het voornamelijk over de Nederlandse scène en ik moet eerlijk bekennen dat het toffe gasten waren.

Na twee uur en twintig minuten zetten we dan eindelijk voet op Servische bodem. Ik staar wat om me heen en zie allemaal voor mij onbegrijpelijke teksten op borden. Godzijdank hebben we een Nederlandse Serviër M. bij ons die de vlucht, het hotel en de tickets heeft geregeld. Daarnaast spreekt hij de taal vloeiend. Als je dit leest: je bent een topgozer. M. regelt vliegensvlug twee taxi’s (met prijsafspraak) en we gaan op weg naar het hotel om in te checken. Daar aangekomen staan de receptionistes ons al op te wachten. Ik moet zeggen dat zij zeker niet verkeerd zijn en dan druk ik het nog zacht uit.

Nadat we onze spullen hebben weggelegd blijk ik veroordeeld tot het delen met een kamer met de hyperactieve C. Dat leidde overigens tot een aantal bizarre en hilarische taferelen. We besluiten om even het centrum te verkennen en wat cultuur op te snuiven. In het land kun je niet met de euro betalen, dus we laten M. onze euro’s omwisselen voor Servische Dinars. Het centrum biedt tal van bezienswaardigheden en wanneer je goed oplet, kun je nog veel overblijfselen zien van de voormalige republiek Joegoslavië. Ook de NAVO-bombardementen uit 1999 hebben een prominente plek in het stadscentrum en op menig plek zijn er een hoop herinneringen te zien hieraan. De citytrip zal ik jullie maar besparen, voor het geval je zelf ooit van plan bent om een weekendje naar het prachtige Belgrado af te zakken. Wat ik overigens zeker kan aanraden. Naast de prachtige historie van de stad is het vrouwelijk schoon van dusdanige kwaliteit, dat ik er mijn huidige vriendin heb leren kennen waarmee ik inmiddels samenwoon.

Omdat we zijn aangekomen op de wedstrijddag, blijft de sightseeing beperkt tot ongeveer twee uurtjes. We stappen een authentiek restaurantje binnen waar we gemakshalve M. maar laten bestellen. Over het eten zijn we het als snel eens. We bestellen allemaal mixed-grill in combinatie met de nodige halve liters. Mijn maat J. is een geval apart. J. sleept namelijk de hele dag een fles rode wijn met zich mee. Wanneer deze onverhoopt leeg begint te raken breekt er bij J. paniek uit en moeten we als de bliksem op zoek naar een vervanger. Ook is J. groot fan van de lokale drank rakia.

Nadat eenieders buik gevuld is met bier en vlees, willen we graag afrekenen. Wanneer we de bon zien kijkt iedereen elkaar bijna ongeloofwaardig aan: zo weinig? De obers ontvangen een vette fooi en we beginnen aan de wandeling richting het stadion van Partizan. Op werkelijk iedere straathoek staan er groepjes van vijf man van de Mobiele Eenheid (ME). Het verschil met de Nederlandse dienders is duidelijk zichtbaar. Laten we het daar maar op houden. Wanneer we het stadion naderen, is het een zee van mensen in zwarte kleren en allerlei clubattributen van Partizan. Ik vraag me af of de Rode Ster supporters al gearriveerd zijn en schiet M. aan. Hij verklaart dat de Rode Ster-fans al lang en breed in het stadion zitten. Jammer. Terwijl we aanstalten maken om het vak te betreden is er plots rumoer op het voorplein. Ik spot een man in een rood shirt. Even vraag ik mezelf af of ik het wel goed zie. Weet hij soms niet dat hem dat zijn leven kan kosten op derbyday? Ook de Partizan-supporters hebben de man inmiddels ontdekt en een ware klopjacht is gevolg. De man rent zo hard als hij kan de andere kant op en wonder boven wonder ontsnapt hij aan de bloed ruikende Partizanen.

De fouillering is echt een lachtertje. Vluchtig voel ik twee handen over mijn jas heengaan waarop de steward iets onverstaanbaars mompelt. M. gebaart dat ik door moet lopen. Nadat we allemaal zijn ‘gefouilleerd’ lopen we het oorverdovende gezang tegemoet. We hebben kaarten voor een neutraal vak, voor zover je dat zo kunt noemen. Opmerkelijk is dat de ene kant van het stadion gevuld is met Partizanen en de andere kant met Rode Ster-supporters. Niks geen klein uitvakje, maar gewoon een hele tribune. De hekken die de fans het doorbreken moeten beletten lijken hun langste tijd wel gehad te hebben. Ik bedenk me dat wanneer de twee groepen elkaar willen treffen, niks of niemand in staat zal zijn ze tegen te houden. Voor de vakken waar de beide harde kernen zitten, staat overigens wel een behoorlijke politiemacht. Vlak voor de aftrap zie ik onder mij in het vak enig tumult ontstaan. Er blijkt niet veel aan de hand. ‘Neutrale’ supporters van Rode Ster willen niet in het neutrale vak zitten en besluiten maar gewoon over de hekken te klimmen om zo bij hun kameraden in het vak te komen. Opmerkelijk feitje is dat de politie ze daarbij helpt. In Nederland zou dit direct alarmfase één betekenen, maar hier is het allesbehalve een probleem.

Wanneer de spelers het veld betreden verwacht ik een dikke pyro actie te zien. De Grobari (Partizan-supporters) hebben helaas geen sfeeractie bij opkomst. De Rode Ster-fans tonen rood-witte ballonnetjes in combinatie met een groot spandoek, maar helaas ook geen vuurwerk. Liederen gaan over en weer en we kunnen beginnen. Wanneer de wedstrijd ongeveer tien minuten oud is, besluiten de thuisfans om voor de gelegenheid wat fakkels af te steken. Vanuit mijn vak lijkt het alsof de tribune in de fik staat. Hier ben ik voor gekomen en ik kijk roerloos naar het vak met de fanatieke fans. Afsteken alleen is niet leuk genoeg, zo lijken de supporters te denken. Meermaals worden er namelijk fakkels en nitraatbommen in de richting van de politie gegooid. Die reageert vrij nonchalant en verschuift geen meter. Af en toe zijn er bij de uitfans ook enkele stroboscopen en fakkels te zien. Maar niet erg massaal. Ik vraag M. of dat nog gaat veranderen en hij vertelt me rustig af te wachten. Mijn blik richt zich weer op de wedstrijd en plots ontploft het hele stadion. Partizan is op een 1-0 voorsprong gekomen en duizenden mensen gaan compleet uit hun plaat. Wederom worden er op de thuisvakken tientallen fakkels ontstoken. Wij zitten naast het Rode-Ster vak, die na de achterstand van hun team alleen maar harder te lijken gaan zingen. Wanneer de scheidsrechter fluit voor de rust (1-0) let ik goed op de taferelen die zich bij de spelerstunnel afspelen. De spelers van Rode Ster doen er alles aan om heelhuids de tunnel (die naast de harde kern van Partizan zit) te bereiken en worden onderweg getrakteerd op een regen van nitraatbommen. Wonder boven wonder vallen er geen gewonden.

En dan, wanneer de spelers hebben afgetrapt voor de tweede helft, komen de Rode Ster-supporters in actie. Over de gehele zijde die zij als vakken hebben gekregen wordt er vuurwerk ontstoken. Het is zo veel, dat mijn ogen de felheid van het licht haast niet meer aankunnen. Terwijl ik ademloos sta te genieten van de atmosfeer, schiet er door mijn hoofd wat er in Nederland zou gebeuren. De autoriteiten zouden er schande van spreken. Overbezorgde ouders zouden op sociale media ( en op tv) blèren dat men tegenwoordig niet meer veilig met de kinderen naar het voetbal kan gaan en de onwetende pet- en sjaalsupporter zou het hebben over ‘die hooligans die alles verpesten’. Voor mensen die bovenstaande meningen niet delen is dit het voetbalwalhalla. Een waar orgasme. De pyroshow van Rode Ster heeft een reactie uitgelokt bij Partizan, want ook zij kiezen ervoor om voor de gelegenheid nog wat fakkels uit de hoge hoed te toveren met als resultaat dat het hele stadion nu in vuur en vlam staat. Ondanks dat het stadion geen dak heeft, is het veld niet meer te zien. De scheidsrechter legt het spel even stil. Nadat hij het weer hervat heeft, krijgt Rode Ster enkele minuten hierna een vrije trap. De bal gaat erin en is direct weer startsein van een nieuwe pyro-actie. Niet lang na de 1-1 scoort Rode Ster zowaar de 1-2. Hiermee heeft het een achterstand omgebogen in een voorsprong op de eeuwige rivaal in de derby die al sinds 1947 wordt gespeeld. Twee minuten voor het einde halen de Partizanen nog eenmaal alles uit de kast om hun team dat extra steuntje in te rug te geven en zo de gelijkmaker nog te kunnen forceren. Nog één keer toveren ze tientallen fakkels tevoorschijn en nog één keer lijkt het op een massale brand. Combineer dit met een oorverdovend volume en de chaos is compleet. De wedstrijd eindigt echter in 1-2 en wanneer de scheidsrechter voor het eindsignaal fluit, springen de Rode Ster-supporters met tientallen tegelijk over de hekken om de overwinning van hun helden te vieren. De ME weet hen echter zonder ongeregeldheden weer terug de tribunes op te krijgen. De Partizan-fans druipen teleurgesteld af. Wij blijven nog even kijken of er ergens nog enige actie te bespeuren is, maar er gebeurt verder niets noemenswaardig meer. We verlaten het stadion met een herinnering voor het leven en besluiten dan al dat we het jaar erop weer van de partij zullen zijn. De rest van de dagen hebben we nog enkele stadions bezocht, alsmede een wedstrijd in de derde divisie. Het was een van de beste derby’s die ik ooit live heb mogen meemaken en totaal niet te vergelijken met hoe voetbal beleefd wordt in Nederland. Dat heeft natuurlijk ook met de betutteling te maken en het feit je in ons land al een sv’tje krijgt voor een sticker plakken. Komt de sfeer allemaal niet ten goede en ik ben van mening dat het voor de Nederlandse mobiele eenheid een goede leerschool zou zijn eens te gaan kijken in het Oostblok.

Ik wil in het bijzonder M. bedanken voor alles wat hij heeft geregeld. In Servië kun je naast voetbal ook heerlijk uitgaan. De drank is goedkoop, de vrouwen mooi (had ik al gezegd he?) en de meeste discotheken zijn open tot een uurtje of 8 in de ochtend. Ik kijk nu al uit naar de volgende derby en zal de dagen aftellen totdat ik weer in het vliegtuig zal stappen.