Column

Column: Lang leve pyro

AD-columnist Sjoerd Mossou over de Bengaalse fakkels bij Feyenoord-Napoli. ‘Er bestaat in een vol stadion bijna niets zo indrukwekkend als zo’n roodgloeiende zee van vuur.’


Kort nadat woensdagavond in de Kuip een zee van fakkels werd ontstoken, draaide de camera naar de directie van Feyenoord op het ereterras. Daar schudde Martin van Geel geërgerd en perfect getimed het hoofd.

Vijf minuten later kopte Jeremiah St. Juste de winnende goal binnen tegen Napoli: 2-1.

Of er enig verband is zullen we nooit weten, maar één ding is wel zeker: de goal van St. Juste was méér waard (1,5 miljoen euro winstpremie) dan de rekening die de UEFA gaat uitschrijven voor de fakkels (pakweg 30.000 euro).

Maakt dat het afsteken van fakkels gerechtvaardigd? Nee, dat zou krom zijn. 30.000 euro is best veel geld voor een paar minuutjes plezier – en voor hetzelfde geld vliegt de jas van je buurman in de fik.

Maar nu even de andere kant van het verhaal. Persoonlijk haat ik (knal)vuurwerk, maar Bengaalse fakkels zijn, mits afgestoken op de goede momenten, enorm sfeerverhogend. Sterker nog, er bestaat in een vol stadion bijna niets zo indrukwekkend als zo’n roodgloeiende zee van vuur.

Al in de vroege jaren 90 wist iedere fatsoenlijke televisieregisseur: laten we vlug die prachtige rode gloed in beeld brengen. Één shot was al genoeg: dan wisten de mensen thuis dat er een meeslepende wedstrijd werd gespeeld.

Je ziet het nog zelden, want het mag niet meer van de politie en de voetbalbonden. Clubs krijgen er forse boetes voor, NAC kreeg ooit zelfs een wedstrijd zonder publiek aan de broek, en de UEFA turft elk verdwaald fakkeltje met een rekenmachine in de aanslag. Alleen bij die zogenoemde ‘afsluitende uitzwaaitrainingen’ zie je ze vaak nog, en soms in het amateurvoetbal (met heerlijk lullig effect).

Maar het Bengaalse vuur van woensdag was meer dan een bron van sfeer alleen. Het was ook een signaal van ‘pleurt op’ met je regeltjes.

Niet iedereen begrijpt dat, maar bij supporterscultuur hoort rebellie met een rafelrandje. Het is vaak een dunne lijn, soms gaat het treurig mis, maar een gezonde dosis ‘schijt aan de wereld’ hoort bij voetbalfans.

Er is ze al zoveel spontaniteit ontnomen. Alles moet maar georkestreerd tegenwoordig, van hymnes tot ‘professionele vuurwerkshows’, van keurig op je stoeltje blijven zitten tot kartonnen klappertjes van de sponsor.

Voetbal is veelal een hypercommerciële, zielloze eenheidsworst geworden.

Feyenoord was dit seizoen volkomen kansloos in de Champions League, zoals qua budget al te voorspellen viel. Het enige waarmee de club in ­Europa het verschil maakte, was met de Kuip, met het Legioen.

Over Feyenoord-fans werd deze keer niet met afschuw gesproken, maar met waardering, en na die laatste vijf oorverdovende minuten tegen Napoli al helemaal. De sfeerbeelden gingen de wereld over. Het Bengaalse vuur verbeeldde niet alleen trouw aan de club, maar bovenal een ferme dikke middelvinger.

Mag niet natuurlijk. Schande. Maar voor deze keer mocht het best een keertje.


Door: AD.nl